Er is een groeiende kloof tussen de 7 Beginselen van het Rode Kruis (menselijkheid, neutraliteit, onpartijdigheid, onafhankelijkheid, vrijwilligheid, eenheid en universaliteit) en hoe medewerkers intern worden behandeld. Menselijkheid en zorg lijken extern gericht, niet intern toegepast.
Managementcommunicatie, zoals recent zichtbaar in de nieuwjaarsspeech van de CEO, is sterk moraliserend en economisch-technocratisch. Structurele problemen zoals werkdruk, uitval en ontslagen worden herleid tot individuele attitudes, “goesting” en loyaliteit.
Jobmobiliteit en kritische reflectie worden impliciet geframed als gebrek aan engagement of verantwoordelijkheid, terwijl de organisatie zelf structurele onzekerheid creëert via subsidie-afhankelijkheid, tijdelijke contracten en ontslagrondes. Die machtsasymmetrie wordt niet erkend.
Ontslagen en reorganisaties worden gelegitimeerd met macro-argumenten, cijfers en externe crises, waardoor de concrete impact op medewerkers wordt geminimaliseerd. Empathie wordt vervangen door relativering.
Hoge werkdruk, avond- en weekendwerk en structurele onderbezetting worden genormaliseerd en zelfs gevierd als bewijs van betrokkenheid, zonder duurzame compensatie of langetermijnvisie op welzijn.
Feedback en inspraak bestaan formeel, maar echte tegenspraak heeft weinig effect. Kritische stemmen worden subtiel gedelegitimeerd als negatief, klagend of onvoldoende loyaal.
Er is weinig consistent personeelsbeleid dat expertise behoudt. Kennis en ervaring verdwijnen, terwijl tegelijk wordt geklaagd over opleidingslast en verloop.